Scouting Bennekom

Eisen 1e Ster

  1. koptrans Eisen 1e SterWilhelmus
    Opzeggen of zingen van het eerste couplet van het Wilhelmus:
    Wilhelmu s van Nassau

    Ben ik van Duitsen bloed
    Mijn vaderland getrouwe
    Blijf ik tot in den dood
    Een prinse van Oranje
    Ben ik vrij onverveerd
    De Koning van Hispanje
    Heb ik altijd geëeerd
  2. kompasroos 120x120 Eisen 1e SterKompas
    Tekenen van de roos van het kompas met daarin acht windrichtingen:
    1. Kopje duikelen
      Eén maal kopje duikelen. Koprol of judorol voldoet ook.
    2. Bokje springen
      Maak een goede bok en laat een andere welp springen. Stel de hoogte af op de andere welp. Spring daarna over de bok die door een andere welp wordt gemaakt.
    3. Touwtje springen
      Tien maal touwtje springen. Voorwaarts óf achterwaarts.
    4. Bal gooien/vangen
      Bal bovenhands en onderhands goed aangooien over een afstand van tien meter. Bal goed kunnen vangen wanneer bal zowel bovenhands als onderhands wordt aangegooid. Beide activiteiten met zowel een tennisbal als met een voetbal kunnen beheersen.
    5. Acht hinkelen
      Zowel op de rechter- als op de linkerbeen de vorm van een acht kunnen hinkelen over een lengte van ongeveer tien meter.
    1. Veters strikken
      Veters strikken van de eigen schoen.
    2. Platte knoop
      Leg de platte knoop.
      plat1 Eisen 1e Sterplat2 Eisen 1e Sterplat3 Eisen 1e Sterplat4 Eisen 1e Ster
  3. Welpenwet
    Foutloos opzeggen van de welpenwet.
    Een Welp speelt samen
    met anderen in de Rimboe.
    Hij is eerlijk, vriendelijk
    en houdt vol
    en zorgt goed voor de natuur.
  4. Voorwerp maken (crea)
    Creatief voorwerp maken van knutselmateriaal. Denk aan figuurzaagwerk, een poppekastpop of knip- en plakwerk.
  5.  Eisen 1e SterKlokkijken
    Vijf verschillende tijden die op een wijzerklok zijn ingesteld of ingetekend juist benoemen. Vijf verschillende tijden op een wijzerklok instellen of intekenen. Verschil kennen tussen AM (after midday) en FM (for midday) bij het instellen van een quartz horloge. Benoem welke dagdelen we kennen en weten wat een etmaal is.
    1. Lichamelijke verzorging
      Weten wat lichamelijke verzorging is. Handen wassen, nagels knippen en tanden poetsen. Wat zijn de basale levensbehoeften: rust, reinheid en regelmaat. Dus: slapen,wassen en eten. Weten wat de maaltijdschijf is en waaruit deze bestaat: vlees en zuivel / groente en fruit / vet en boter / brood en aardappelen / vis.
    2. Kleine schaafwond behandelen
      Schoonmaken met leidingwater en eventueel met zeep. Daarna een desinfecterende oplossing. Als de schaafwond niet groot is afdekken met een pleister.
  6. Netheid
    Netheid betreft een compleet uniform. Schone handen en geknipte nagels. Tijdens kamp wordt er inspectie gehouden in de slaapzaal. Tas en slaapplaats worden gecontroleerd.
  7. Electriciteit
    Maak iets dat met electriciteit te maken heeft. Gebruik bijvoorbeeld een Electro Bouwdoos. Geef in een tekening aan wat de stroomrichting is en benoem de onderdelen. Weten wat een stoppekast is. Weten wat er wordt bedoeld met de termen stop, aardlek, schakelaar, voltage (350/230), wattage, ampère, plus en min, aarde en de kleuren van de bedrading.
  8. brand driehoek Eisen 1e SterVuur stoken
    Tijdens een programma als stoker een veilig vuur stoken. Weten welke veiligheidseisentijdens vuur stoken in acht moeten worden genomen: schep en zand / emmer water / brandvrije strook. Weten wat er wordt bedoeld met de branddriehoek: temperatuur / brandstof / zuurstof. Weten hoe te handelen bij vlam in de pan en hoe dit kan worden voorkomen.
  9. Alarmnummer
    Weten wat het alarmnummer is: 112. Weten welke informatie er moet worden doorgegeven: waar en welke hulp. Bij officiële melding na doorschakeling, vijf punten: naam / plaats van ongeval / wat er gebeurt is / aantal slachtoffers / ernst van de situatie.