Scouting Bennekom

Eisen 2e Ster

  1. Nederlandse vlag
    Weten welke kleuren de Nderlandse vlag heeft. Weten wanneer de vlag moet worden uitgehangen. Weten wanneer de vlag halfstok hangt. Weten wanneer de vlag met wimpel uitgehangen wordt.
  2. Gebruik kompas
    Teken de kompasroos met zestien windrichtingen. Schrijf bij elke windrichting het juiste aantal graden. Gebruik de 2e kompashandgreep: een op het kompas ingestelde richting uitzetten in het terrein. Gebruik de 3e kompashandgreep: een richting in het terrein op het kompas instellen (schieten).
    1. Schootsteek
      Leg de schootsteek.
      schoot Eisen 2e Ster
    2. Mastworp
      Leg de mastworp
      mast1 Eisen 2e Stermast2 Eisen 2e Stermast3 Eisen 2e Stermast4 Eisen 2e Ster
  3. Lenigheidsoefeningen
    Bedenk tijdens ochtendgymnastiek drie verschillende oefeningen en voer deze uit met de horde. Weten wat wordt bedoeld met een warming-up. Weten wat het verschil is tussen een warming-up en strekoefeningen. Weten in welke volgorde ze worden gedaan.
  4. Verzameling aanleggen
    Leg een verzameling aan van minimaal tien verschillende voorwerpen in dezelfde soort.
    1. Gebruik gereedschap
      Maak een voorwerp (zoals onder b.) waarbij gebruik wordt gemaakt van gereedschap. Weten hoe het gereedschap veilig moet worden gebruikt. Weten wat wordt bedoeld met de termen: ringsleutel / steeksleutel / klauwhamer / moker / handzaag / spanzaag / kruiskopschroevedraaier / platkopschroevedraaier / combinatietang / waterpomptang.
    2. Voorwerp maken (techniek)
      Maak een voorwerp waarbij gereedschap wordt gebruikt. Het voorwerp moet electrisch of mechanisch kunnen werken. Technisch lego voldoet ook.
    1. Telefoneren
      Weten hoe een telefoonboek moet worden gebruikt. Weten wat er wordt bedoeld met netnummers (regio) / 0900 (koop) / 0800 (gratis) / 06 (mobiel) / +31 (0 weglaten-Nederland). Bel en voer een gesprek. Bel en spreek een voicemail in.
    2. Logboek
      Schrijf in het logboek (in thema). Voorzie het stuk van datum, naam en naam van het programma of thema.
    1. Hygiëne
      Weten wat wordt bedoeld met een goede hygiëne: handen / nagels / ontsmetten / bereiden van eten / sanitair. Weten welke schoonmaakmiddelen er zijn en welke waarvoor gebruikt worden. Weten hoe voedsel hygiënisch bewaard wordt.
    2. EHBO
      Weten wat EHBO betekent: Eerste Hulp Bij Ongevallen.
      Weten welke vijf punten belangrijk zijn bij het toepassen van EHBO:

      • Let op het gevaar van de situatie voor jezelf, het slachtoffer en omstanders.
      • Ga na wat er gebeurt is, wat mankeert het slachtoffer.
      • Stel het slachtoffer gerust en blijf tegen hem praten.
      • Zorg voor deskundige hulp, bel het alarmnummer.
      • Help het slachtoffer op de plek waar hij ligt of zit.
    3. Vingerwondje behandelen of Teken en de ziekte van Lyme
      Leg een vingerverbandje aan.
      Weet wat teken zijn en hoe je de ziekte van Lyme kunt voorkomen.
    1. Thee zetten
      Thee zetten op gas- of elektrisch fornuis of op een vuurtje. Andere warme dranken voldoen ook. Een briefje met handtekening van thuis is ook voldoende.
    2. Afwassen
      Afwassen tijdens corvee op kamp of tijdens een programma. Een briefje met handtekening van thuis voldoet ook.
    3. Aardappels schillen
      Aaardappels schillen tijdens een kookprogramma of op kamp. Een briefje met handtekening van thuis voldoet ook.
    4. Bed opmaken
      Bed opmaken tijdens inspectie op kamp. Een briefje met handtekening van thuis voldoet ook.
  5. Verkeersregels
    Ken de verkeersregels die gelden voor de voetganger of fietser. Weten wat verkeersborden en wegstrepen betekenen. Voorrangsregels kennen. Een verkeersdiploma van school voldoet ook.
  6. Fiets onderhouden
    Plak een band. Weten wat het meest noodzakelijk onderhoud van de fiets is: ketting smeren / banden oppompen / verlichting / remmen / aandraaien van losse onderdelen.
  7. Natuurstudie
    Verricht een natuurstudie en schrijf een verslag. Natuur betreft in Nederland voorkomende flora of fauna. Schrijf een verslag van minimaal twee A4-tjes exclusief plaatjes. Wel moeten minimaal twee plaatjes zijn bijgevoegd. Werk het geheel uit op de computer.